Edities van het ATO.
De edities van het ATO behandelen telkens een bepaald stedelijk vraagstuk. Zij zorgen er voor dat de resultaten van studies en analyses nog ruimer verspreid worden.




Van de evolutie van de strategische gebieden in het Gewest (Zuid, RTBF-VRT, Stadsproject Wet, kanaalgebied …) tot de deelname van het ATO aan het onderzoek naar de stad van morgen (ontwerp van het GPDO, scholen …): je vindt het allemaal in ons jaarverslag van 2012!

In 2011, heeft het Agentschap haar nieuwe opdrachtenbrief gekregen als ‘facilitator’ van de kennis en de ontwikkeling van het grondgebied, ten dienste van de bewoners, de gebruikers en de stedelijke actoren.
In deze optiek, volgt het Agentschap de ontwikkeling van verschillende strategische gewestelijke gebieden: Thurn en Taxis, Europese wijk, Kruidtuin, Reyers, Delta, Heizel, enz.. Het ATO kreeg de operationele opvolging van het richtschema voor het Kanaalgebied en de redactie van een oriëntatienota voor de wijk van het Zuidstation toevertrouwd.
Op het vlak van territoriale kennis, heeft het Agentschap het accent gelegd op de opmaak van het nieuwe Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), in nauwe samenwerking met de Directie Studies en Planning (DSP) van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zij publiceerden hiervoor een “Stand-van-zaken” en organiseerden het participatieve proces met de betrokken partijen over de toekomst van het Gewest. Vanaf eind 2011, nam het ATO actief deel aan de redactie van het ontwerp van GPDO. Het Agentschap heeft overigens ook een territoriale diagnose opgezet in verband met de toestand van de scholen in Brussel.
Lees het jaarverslag 2011 (PDF).




Om het participatief traject, dat werd opgestart in 2010, te doen herleven hebben het ATO en het Platform Kanal een publicatie uitgegeven "Foto Kanal 2010-2012 Beelden en realiteiten van jongeren in Brussel.
Deze publicatie herinnert aan het fotografisch parcours “Foto Kanal 2010 - Je suis le plus beau du quartier” en maakt de link met de tentoonstelling “Foto Kanal 2012 - Icons”. Deze getuigenissen, poëtische teksten, foto's, enz. geven u een beeld van hoe deze 9 jongeren hun wijk en hun leefwereld zien. Het toont hun begeerten en hun angsten maar vooral hun creativiteit en hun ongebreidelde energie. Dit boek is een subjectief beeld van slechts een deel van die grote multiculturele groep jongeren tegen een achtergrond van een constant evoluerende stedelijke realiteit.
“Foto Kanal 2010-2012 – Beelden en realiteiten van jongeren in Brussel” maakt deel uit van een participatief traject dat het ATO en Platform Kanal twee jaar geleden zijn gestart. Dit initiatief kadert in een proces dat de energie, de creativiteit, de diversiteit, de jeugd in de kanaalzone wil stimuleren en dat wordt ondersteund door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).
De publicatie is beschikbaar in de Brusselse boekhandelaars.

De kwaliteit van de bijdragen aan het colloquium ‘De stad van morgen’ (Brussel, 19 en 20 november 2007) bracht het ATO ertoe ze te publiceren om het debat voort te zetten.
Dit colloquium behandelde de volgende onderwerpen:
- de uitdagingen waarvoor grote steden staan;
- de complexiteit van het territoriale bestuur;
- een overzicht van het plannings- en stadsvernieuwingsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- manieren om een stadsbeleid vorm te geven dat is aangepast aan de gemondialiseerde economie.
De handelingen volgen de structuur van het cahier voor de deelnemer ‘De stad van morgen. Internationaal colloquium over de toekomst van steden’ (Cahier 5). Er zijn syntheses van de workshops gemaakt om verdere discussies mogelijk te maken.
De handelingen van het colloquium kunnen best in samenhang met dit voorbereidende document worden gelezen.

Het voorkooprecht biedt overheden de mogelijkheid om een goed dat de eigenaar vrijwillig op de markt brengt met voorrang te verwerven. In die zin is de uitoefening van dat recht een instrument om een grondbeleid te voeren en te strijden tegen vastgoedspeculatie.
Deze mogelijkheid bestaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds de ordonnantie van 18 juli 2002 over het voorkooprecht (sinds 2004 opgenomen in het BWRO) in werking is getreden. In 2006 maakte het ATO in samenwerking met juristen (DLM bvba) een vademecum over het voorkooprecht (Cahier 2).
Daarna zijn nog enkele grote wijzigingen aangebracht aan deze ordonnantie. In 2010 werkte het ATO dit vademecum bij, zodat het aansluit op de nieuwe bepalingen die sinds april 2009 van kracht zijn.
Daarmee biedt het ATO de Brusselse spelers die betrokken zijn bij het grondbeleid een up-to-date document waarop ze zich kunnen baseren wanneer ze het voorkooprecht kunnen (laten) uitoefenen.

Twintig jaar na de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest analyseert deze publicatie het beleid dat sinds 1989 wordt gevoerd ten aanzien van thema’s die het Gewest vormgegeven hebben. De publicatie is gericht op de toekomst, omdat die vandaag wordt opgebouwd.
Het Cahier houdt rekening met de complexiteit van het stedelijke gebied, smeltkroes van maatschappelijke evoluties en spanningen, plaats waar de stad/wereld tot uitdrukking komt, ontmoeting en confrontatie tussen de behoefte aan openheid en de zoektocht naar de identiteit.
De teksten handelen over de geschiedenis van de oprichting en de institutionele werking van het Gewest en werpen een blik op wat het gewestelijke beleid heeft gerealiseerd op diverse vlakken, zoals stedenbouw, ruimtelijke ordening, stadsvernieuwing, mobiliteit, economie, werkgelegenheid, huisvesting en milieu.
Zo’n veertig deskundigen – academici, spelers en observatoren – leverden hun bijdrage aan dit panorama van de dynamiek in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tijdens de eerste twintig jaar van zijn bestaan.

Dit document werd vervangen door Het voorkooprecht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – vademecum 2de editie, Cahier n°8 (december 2009).

Dit Cahier volgt op de studiereis naar Marseille, die het ATO in december 2006 organiseerde om zijn onderzoek naar goede praktijken in stadsontwikkeling en stadsbestuur voort te zetten.
Tijdens deze reis konden de deelnemers tevens putten uit de ervaringen van diverse overheids- en privéorganisaties die zich bezighouden met stadsvernieuwing, in een stad waar de sociaaleconomische en demografische situatie lijkt op die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Een delegatie van het ATO had een ontmoeting met drie grote instanties die op verschillende niveaus en op verschillende schalen een rol spelen in de uitvoering van stadsprojecten: het Agence de développement de l'aire métropolitaine marseillaise (agAM), de publiek-private maatschappij Marseille-Aménagement en Euroméditerranée. Er was ook een bezoek aan het cultureel centrum La Friche de la Belle de Mai en de wooneenheid La Cité Radieuse van Corbusier.
Dit Cahier biedt een overzicht van de thema’s die deze structuren aanpakken en van hun werkmethoden. Daarnaast geeft het een presentatie van diverse woningbouwprojecten en projecten voor de revitalisatie van de openbare ruimte, die meestal in partnerverband worden gevoerd.

In 2007 maakte het ATO een algemene balans op van het stedelijke beleid, in de vorm van een cartografische en analytische inventaris.
De publicatie behandelt onder andere de volgende thema’s: bouw en renovatie van woningen, revitalisatie van de openbare ruimte, inplanting van buurtvoorzieningen, bescherming van het erfgoed en verbetering van de mobiliteit. Het Cahier presenteert de fysieke realisaties die tot stand kwamen in de perimeter van de Ruimte voor de Versterkte Ontwikkeling van de Huisvesting en de Renovatie (RVOHR) van 1995 tot 2005.
De publicatie draagt bij tot een grotere kennis van het geterritorialiseerde overheidsbeleid.

Dit Cahier werd uitgewerkt in voorbereiding op het colloquium ‘De stad van morgen’, dat het ATO organiseerde op 19 en 20 november. De handelingen van het colloquium (Cahier 9) kunnen best in samenhang met dit voorbereidende document worden gelezen. Het bevat de inleidende teksten van de sprekers.
Het colloquium bood de mogelijkheid om van gedachten te wisselen over de toekomst van Brussel en stedelijke strategieën rond de volgende thema’s:
- bestuur en territoriaal beleid;
- stedelijke dynamiek in andere regio’s.
Er werd gedebatteerd over deze vraagstukken vanuit de ontwikkeling in andere grote Europese steden, zoals Londen, Parijs, Milaan, Barcelona en Marseille. Uiteraard is de context van deze steden niet hetzelfde, maar de heersende problemen zijn vaak vergelijkbaar. Het is dus leerrijk om lessen te trekken uit het gevoerde beleid in andere landen en te zien hoe die toepasbaar zijn op de specifieke Brusselse situatie.

De digitale database ‘Wijkmonitoring’ werd in het leven geroepen om een beter zicht te krijgen op de continue beweging van stedelijke fenomenen.
Het onderzoek naar de uitwerking van de Wijkmonitoring gaf aanleiding tot:
- een analyse van de obervatie-instrumenten in grote Franse steden;
- een bestudering van de methoden die toepasbaar zijn in de Brusselse context.
Een delegatie van het ATO ging naar Parijs en Lyon voor een ontmoeting met stedenbouwkundige agentschappen (URBALYON, AURG en Epures), Atelier Parisien d'Urbanisme (APUR), Communauté urbaine Grand Lyon, Centre d'Etudes sur les Réseaux, les Transports et l'Urbanisme (CERTU),
Délégation interministérielle à la ville (DIV), Institut d'Aménagement et d'Urbanisme de la Région Ile-de-France (IAURIF) en overheidsinstanties van de regio Rhône-Alpes. De delegatie bracht ook een bezoek aan de wijken Vaise en Duchère.
De informatie die deze studiereis opbracht, werd gepubliceerd in Cahier 3: Stadsobservatie in Frankrijk. Reisverslag.

De Wijkcontracten breiden uit en de overheid voert een steeds doelgerichter beleid om meer openbaar vastgoed van een zekere kwaliteit te realiseren. Lokale overheden (gemeenten en OCMW’s) zien zich dus steeds vaker genoodzaakt om particulier vastgoed te verwerven om hun doelstellingen inzake huisvesting en openbare voorzieningen waar te maken. Wanneer een aankoop in der minne niet mogelijk is, hebben de overheden geen andere oplossing dan hun toevlucht te nemen tot onteigening.
Diverse geplande projecten konden niet worden uitgevoerd door aanslepende onteigeningsprocedures, de moeilijke toepasbaarheid van die procedures en de evolutie van de jurisprudentie van rechtbanken en van de Raad van State.
Dit vademecum is bedoeld om het werk van de gemeenten met Wijkcontracten te vereenvoudigen en mensen die betrokken zijn bij stadsvernieuwingsprojecten op weg te helpen. Alle stappen in de administratieve en gerechtelijke procedure van een onteigening worden in detail besproken, rekening houdend met de jurisprudentie, met name betreffende de motivering van openbaar nut en van hoogdringendheid.
Het document is het resultaat van een collectieve inspanning, waaraan de volgende mensen en organisaties meewerkten: de juristen die werden aangesteld voor deze opdracht (DLM bvba), ministerkabinetten, het ATO, de directie Stadsvernieuwing van het Brusselse Bestuur voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting (BROH) en een groot aantal gemeentefunctionarissen.























